CO2 reduceren met olivijn

Olivijn is het meest voorkomende mineraal in de aardmantel. In vulkanische gebieden komt het vaak aan het aardoppervlak voor. Bij verwering worden olivijn, CO2, en water omgezet in kiezelzuur, bicarbonaat en magnesium. Hierbij haalt het olivijn 1,25 maal haar eigen gewicht aan CO2 uit de lucht. De snelheid van de verwering, en dus het vastleggen van CO2, is vooral afhankelijk van de korrelgrootte. Hoe fijner het olivijn, des te sneller de verwering. De toepassingsmogelijkheden van olivijn is in principe gelijk aan die van gewoon zand, grind of stenen. Op dit moment test Krinkels olivijn in de wegbermen van Rijkswaterstaat. Deze nieuwe methode van het verzanden van de bermen levert dan versteviging voor de berm én CO2 reductie op.

Onderzoeksbureau Deltares heeft voor Gemeente Rotterdam zes concrete toepassingen van olivijn beoordeeld namelijk als bomenzand, dresszand, daksubstraat, brekerzand, halfverharding en strooizout. Hierbij is gekeken naar de praktische toepasbaarheid. Ook is het milieurendement, uitgedrukt in euro’s per ton CO2-vastgelegd. In het rekenmodel is bij het
bepalen van de verweringssnelheid onder meer rekening gehouden met de korrelgrootte en de omgevingscondities.

De kosten per ton CO2-vastgelegd zijn het hoogst voor brekerzand en halfverharding. Dit komt omdat het olivijn bij deze toepassingen een relatief grote korrel heeft, waardoor het langzaam verweert. De kosten voor olivijn als toevoeging aan strooizout zijn negatief omdat olivijn goedkoper is dan zout. CO2 vastleggen levert dan zelfs geld op. Bomenzand, dresszand en daksubstraat laten een prima milieurendement zien, beter nog dan zonnecellen of elektrische auto’s.